Een warme, droge en zonnige zomer (KMI)
Na een atypische zomer in 2024 (zie ons verslag), zonder enige waarschuwingsfase, kende de zomer van 2025 twee periodes van aanhoudende hitte: eind juni–begin juli en begin augustus. Vergeleken met het gemiddelde van de voorbije 30 jaar (1991–2020) was de zomer warmer (19,3 °C tegenover 17,9 °C), droger (130 mm neerslag tegenover 234 mm) en zonniger (707 uur tegenover 595 uur).
Opmerking: deze droogte, die al in het voorjaar begon, was bijzonder uitgesproken in Vlaanderen. Dat is niet zonder belang, aangezien dit de evapotranspiratie (de hoeveelheid water die door bodem en vegetatie verdampt of getranspireerd wordt) vermindert. Daardoor neemt de natuurlijke afkoeling af en kunnen hoge temperaturen mogelijk nog verergeren.
In totaal werden drie waarschuwingsfasen geactiveerd. De eerste (18–22 juni) bleek achteraf een ‘valse alarmfase’, gezien de daadwerkelijk gemeten temperaturen. De activering van deze fasen is gebaseerd op weersvoorspellingen en houdt dus altijd een zekere mate van onzekerheid in (zie activeringsdrempels). Beter voorkomen dan genezen!
Ozon: minder pieken, maar… (Ircel)
Ondanks omstandigheden die gunstig zijn voor de vorming van ozon (hitte en zonneschijn), waren ozonpieken – overschrijdingen van de Europese informatiedrempel – zeldzaam. Slechts twee dagen kenden dergelijke overschrijdingen (13/06 en 02/07), en dat in een beperkt aantal meetstations. Minder dan 1% van de Belgische bevolking werd eraan blootgesteld.
Deze cijfers bevestigen een trend die de voorbije jaren al werd waargenomen. Hoewel hoge ozonpieken minder frequent voorkomen, blijft de gemiddelde jaarlijkse concentratie op lange termijn stabiel of vertoont ze zelfs een lichte stijging.
Geen oversterfte dit jaar! (Sciensano)
Ter info: Sciensano voorspelt systematisch, op basis van een gemiddelde van de vijf voorgaande jaren, de verwachte mortaliteit (het gaat om een interval: er zouden tussen X en X overlijdens moeten zijn). Op basis daarvan worden de begrippen oversterfte (wanneer de mortaliteit het voorspelde interval overschrijdt) en ondersterfte (omgekeerd) gedefinieerd.
Goed nieuws! Over de volledige waakzaamheidsperiode werd op nationaal niveau 0,5% minder sterfte waargenomen dan verwacht. De drie waarschuwingsfasen gingen wel samen met een tijdelijke oversterfte – vooral de derde fase in augustus (+12,9%) – maar niet in die mate dat dit een impact had op de globale oversterfte (zoals in het verleden wel het geval was).
Opmerking: bij bewoners van woonzorgcentra werd een opmerkelijke ondersterfte vastgesteld (-4,1%), wat kan wijzen op een betere voorbereiding van deze instellingen.
Voor mogelijke verklaringen van een ondersterfte van het ene jaar op het andere, verwijzen we naar het artikel van 2023, waarin we enkele hypothesen schetsen.
Een zomer die goed werd doorstaan, ondanks twee hittegolven en een uitgesproken droogte. Dit onderstreept het nut van de bestaande monitorings- en preventiemechanismen, die voortdurend worden ingezet en bijgestuurd. Deze bemoedigende resultaten mogen de toekomstige uitdagingen echter niet verdoezelen: door de klimaatverandering zullen warme zomers zich waarschijnlijk vaker voordoen, en wat ozon betreft blijven de gemiddelde concentraties stijgen. Dat zijn voldoende redenen om de inspanningen op het vlak van aanpassing aan te houden — en te versterken. Het NEHAP draagt hier op zijn niveau toe bij, onder meer via acties ter versterking van de veerkracht van de gezondheidssystemen.