Kroniek van een niet zo verre zomer

De voorbije maanden hebben onderzoekers het verhaal geschreven van een toekomstige Belgische zomer. Hun doel: abstracte klimaatprojecties tastbaar maken. Hoe zou een warme zomer eruit kunnen zien in een wereld die 2 °C warmer is dan in het pre-industriële tijdperk? Wat zou dat concreet betekenen voor scholen, werknemers, zorginstellingen of grote evenementen? De zomer van 2026 gaf ons alvast een eerste voorproefje.

Een scenario, geen voorspelling

Verhalen over Toekomstig Weer is een project van het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI), in samenwerking met het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (CERAC) en het Belgisch Klimaatcentrum (BCC). Voor het uitwerken van dit scenario baseerden zij zich op studies, gebeurtenissen die zich al hebben voorgedaan en gesprekken met actoren op het terrein. In afwachting van de nakende publicatie van het volledige verhaal wordt het project al voorgesteld op de website van het KMI.

Het uitgewerkte scenario is extreem, maar fysisch plausibel in een wereld die 2 °C warmer is. Het beschrijft een zomer met verschillende langdurige en intense hitteperiodes. Het doel: onze collectieve paraatheid op de proef stellen; als zo’n zomer zich zou voordoen, zouden we er dan klaar voor zijn? De warme dagen zouden dan al in mei beginnen. Verschillende sectoren zouden hun activiteiten moeten reorganiseren: scholen, zorginstellingen, openbaar vervoer en zomerevenementen. Sommige beroepen zouden moeilijk uit te oefenen worden.

Thermomètre chaleur

 Een voorproefje van toekomstige zomers

De zomer van 2026 komt niet overeen met het volledige scenario van de onderzoekers. Ons huidige klimaat is nog niet dat van een wereld die 2 °C warmer is (we zitten momenteel aan ongeveer 1.4 C opwarming) en de door de onderzoekers uitgewerkte zomer is dan ook nog een heel stuk warmer. Hun werk mag dan ook niet worden voorgesteld als een voorspelling die is uitgekomen of die zich letterlijk zal voltrekken. Toch hebben verschillende impacts die in het scenario worden geschetst, zich tijdens deze hete zomer al gedeeltelijk voorgedaan. Enkele voorbeelden.

  • Het scenario begint met al een hitteperiode in mei. In mei 2026 kende België ook net een eerste warme periode, waarbij de temperaturen op sommige plaatsen boven 30 °C uitkwamen. De kans op hitte voor de zomer neemt met verdere opwarming toe.
     
  • In juni werd de gelijkenis nog treffender. Het scenario toont een record hittegolf in de eerste helft van juni terwijl de samenleving die nog op volle toeren draaide: de scholen waren open, de examens waren bezig en de beroepsactiviteiten gingen door. De zorginstellingen kwamen onder druk te staan. Afgelopen zomer kenden we ook een zware hittegolf weliswaar in de 2de helft van juni waarbij Sciensano een aanzienlijke oversterfte vaststelde; die oversterfte werd ook waargenomen bij 15- tot 64-jarigen.
     
  • Het scenario liet ook een extreem hoog brandrisico zien in een groot deel van het land, met alle gevaren van dien. Het steunde onder meer op een rapport van het CERAC, dat in 2025 al waarschuwde dat natuurbranden een belangrijk veiligheidsvraagstuk voor België zouden kunnen worden. In augustus van dit jaar leidde de uitzonderlijk grote brand in de Hoge Venen tot evacuaties en was de inzet van Europese versterkingen nodig. 

Lessen trekken uit de zomer van 2026

Het is essentieel om de klimaatverandering tegen te gaan en ons tegelijk aan te passen aan de gevolgen ervan, die nu al duidelijk aanwezig zijn. Het Nationaal ozon- en hitteplan van het NEHAP bestaat uit drie fasen en vormt een reeds goed ingeburgerd kader om de situatie op te volgen en gezondheidsprofessionelen, betrokken instellingen en burgers te waarschuwen.  De ervaring van 2026 nodigt ertoe uit deze aanpassing voort te zetten en te verdiepen, zowel in de coördinatie van onmiddellijke respons tijdens hittegolven als in de structurele aanpassing van gebouwen, het grondgebied en activiteiten.

Er bestaan al heel wat initiatieven op verschillende niveaus. In zijn recente rapport over de voorbereiding van Belgische gemeenten op klimaatrisico’s verwijst CERAC onder meer naar projecten rond vergroening, geïntegreerd waterbeheer en de integratie van klimaatkwesties in de ruimtelijke ordening. Het rapport stelt vast dat deze inspanningen structureel, veralgemeend en gecoördineerd moeten worden.

Leefmilieu, menselijke gezondheid en het functioneren van de samenleving zijn geen afzonderlijke domeinen. Het NEHAP is een van de instrumenten voor de noodzakelijke coördinatie, zowel tussen de domeinen leefmilieu en gezondheid als tussen de verschillende beleidsniveaus. De zomer van 2026 heeft deze kwesties een tastbare weerklank gegeven.

 

In het kader van het project zullen het KMI, BCC en CERAC dit najaar drie workshops (steden, infrastructuur en gezondheid) organiseren om deze problematiek in verband met warmte nader te onderzoeken.